Alberdingk Thijm - Bouwkunst en Symboliek

Vorige Artikel 17 van 158 Volgende
€ 20,00 (inclusief btw)
Voorraad 1 stuk

Alberdingk Thijm was de oudste zoon van de Amsterdamse koopman Joannes Franciscus Alberdingk (1788-1858) en Catharina Thijm (1793-1864) (de achternamen van zijn ouders werden op 20 januari 1834 bij koninklijk besluit samengevoegd). Toen hij 14,5 jaar oud was, verliet hij de reguliere schoolbanken en plaatste zijn vader hem in een door hem gekochte zaak van koloniale voedingswaren. In 1863 nam hij de drukkerij Van Langenhuijsen over, wat hem de mogelijkheid bood om op grotere schaal zijn ideeën en overtuigingen te verspreiden.

Hij was gehuwd met Wilhelmina Anna Sophia Kerst. Zij hadden vijf kinderen: Jan, Catharina, Frank, Karel (Lodewijk van Deyssel) en de jong overleden Maria. Historicus Paul Alberdingk Thijm was de broer van Joseph.

Thijm wilde een deel van zijn boeken in bruikleen geven aan het in aanbouw zijnde Rijksmuseum Amsterdam. Tegelijkertijd bood hij aan om dan ook - bezoldigd - bibliothecaris van het Rijksmuseum te mogen worden. Hij liet zijn wensen schriftelijk toekomen aan de referendaris en hoofd van de rijksafdeling Kunsten en Wetenschappen Victor de Stuers, die aangaf dat hij maar de minister moest benaderen.

Thijm werd op 4 december 1876 door bemoeienis van De Stuers hoogleraar aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam in esthetiek en kunstgeschiedenis. Zijn artikelen over de gotiek waren van grote invloed op de jonge architect Pierre Cuypers (die in 1859 met Thijms zuster Antoinette trouwde) en op de opkomst van de neogotiek in Nederland. In 1860 adviseerde Thijm bij de restauratie van het praalgraf van Engelbrecht I van Nassau in Breda.

Hij nam in Nederland een prominente positie in in het rooms-katholieke leven. Hij was onder meer kunstcriticus voor de uitgave Amsterdamsche Tentoonstellingen en schreef daar onder het pseudoniem Pauwels Foreestier. In het door hem vanaf 1855 uitgegeven tijdschrift Dietsche Warande hanteerde Thijm naast de eerder genoemde tal van andere pseudoniemen.

Thijm had geen hoge pet op van België en de Belgen. Toch hield hij vele contacten met Franstalige schrijvers als Joseph Kervyn de Lettenhove en Prosper de Hauleville en met auteurs die actief waren in de Vlaamse Beweging, zoals Jan-Baptist David, Ferdinand Snellaert, Prudens Van Duyse en Karel Stallaert. Hij onderhield ook goede contacten met James Weale en met Guido Gezelle. Hij werd, samen met Gezelle, in 1887 uitgeroepen tot eredoctor aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Zijn belangstelling voor Vlaanderen kwam onder meer tot uiting in de Volks-Almanak voor Nederlandsche Katholieken die hij vanaf 1852 samen met Herman van Nouhuys (1821-1853) uitgaf en in de Dietsche Warande.

Winkelwagen

Geen artikelen in winkelwagen.

Even bij stilstaan

OOSTERBEEK
Waar de Airbornes daalden...

Oosterbeek - Verleden, heden en toekomst...

AIRBORNE
Overdenkingen

ARNHEM, GEZIEN

© 2015 - 2022 Doornweerdje | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel