Fluiten, katten en fregatten - De schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, 1602-1798

Artikel 1 van 46 Volgende
€ 5,00 (inclusief btw)
Het artikel is uitverkocht.

De replica van het retourschip 'Amsterdam' bij het Nederlands Scheepvaartmuseum - het oude admiraliteitsgebouw - zorgt in de hoofdstad voor een spectaculair schouwspel. Het is een symbool van het internationale karakter van de stad en de VOC. De 'Amsterdam' behoorde tot de serie retourschepen waarvan het ontwerp in 1742 gemaakt was door de Engelsman Charles Bentam, toen in dienst bij de Admiraliteit in Amsterdam. Het ontwerp werd aangepast nadat men van de Britse bondgenoten enkele Franse retourschepen had gekocht, die tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog waren buitgemaakt. In deze publicatie wordt zoveel mogelijk aandacht besteed aan het ontstaan en de ontwikkeling van de door de VOC gebruikte scheepstypen.

Van de schepen der Verenigde Oost-Indische Compagnie was het fluitschip wel het meest typisch Nederlands. Het was ontworpen in 1595 door Pieter Jansz. Liorne uit Hoorn. Volgens de kroniekschrijver D. Velius was het ontwerp zo'n groot succes, dat er in acht jaar meer dan tachtig fluiten in Hoorn werden gebouwd. Het fluitschip kon varen met een kernbemanning van maar elf koppen. Het gebruik van dit vaartuig heeft op een niet te onderschatten manier bijgedragen aan de ontwikkeling van de Nederlandse economie in de Gouden Eeuw, vooral door de winsten die werden gemaakt met de vaart op de Oostzee. De fluit was een scheepstype dat zich gedurende het bijna 200-jarig bestaan van de VOC heeft weten te handhaven.

Bijna vergeten zijnde vaartuigen die bij de VOC als vrachtschip dienstdeden, maar oorspronkelijk bij de Visserij werden gebruikt: de hoekers, de buizen en die ene logger, de 'Zwaluw', die tijdens de Vierde Engelse Oorlog post vervoerde tussen de Bretonse plaats Lorient en Kaap de Goede Hoop. Dat moet de eerste logger zijn geweest die onder Nederlandse vlag voer. In de 17de eeuw waren vanaf de oprichting van de VOC in 1602 de belangrijkste koopvaarders: pinassen, fluiten en vaartuigen die gewoon 'schepen' werden genoemd. Ze voeren voor de vloot uit naar de haven van bestemming, om de autoriteiten in te lichten over het tijdstip waarop de vloot kon worden verwacht. Ook konden ze op een speciale missie worden uitgestuurd.

Omstreeks het midden van de 17de eeuw ging de VOC behalve de bovengenoemde koopvaarders ook galjoten gebruiken. In de tweede helft van die eeuw verschenen fregatten, katten en hekboten in de vloot van de compagnie, maar ook werden hoekers en buizen als vrachtschip ingezet. In het begin van de 18de eeuw had de pinas haar langste tijd gehad. Tijdens de 18de eeuw bestond de vloot van de VOC voor een belangrijk deel uit grote retourschepen, fregatten, fluiten, galjoten en hoekers. De compagnie maakte echter ook gebruik van nieuwe scheepstypen, zoals het pinkschip, de brigantijn en de brik. In de nadagen van de VOC waren er tien pakketboten die getuigd waren als brik - de snelste schepen die de compagnie ooit heeft gebruikt.

Tenslotte worden in dit boek transportjachten, waterschepen en diverse soorten lichters beschreven. De jachten waren eigendom van de verschillende kamers van de VOC en dienden om hun functionarissen binnenslands te vervoeren. De waterschepen, meestal afkomstig uit Marken, fungeerden als sleepboten om de grote zeeschepen over Pampus te trekken. Kagen en Wieringer lichters namen de lading over op ankerplaatsen, bijvoorbeeld de rede van Texel. De zeeschepen konden daarna over de ondiepten in de Zuiderzee worden gesleept om Amsterdam te bereiken. Ook scheepsbemanningen en uitgaande lading werden vervoerd met deze lichters.

Winkelwagen

Geen artikelen in winkelwagen.

Even bij stilstaan

OOSTERBEEK
Waar de Airbornes daalden...

Oosterbeek - Verleden, heden en toekomst...

AIRBORNE
Overdenkingen

ARNHEM, GEZIEN

© 2015 - 2022 Doornweerdje | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel