Rijnlingewaal - Een Betuwse Coöperatie van 75 jaar

Vorige Artikel 132 van 395 Volgende
€ 8,00 (inclusief 9% btw)
Voorraad 1 stuk

Een bankgeschiedenis is zelden spectaculair. In wezen zou je aan de hand van de jaarlijkse rekening en balans het succes van een bank kunnen aflezen. Een bank functioneert of niet, de rest is van secundair belang. Een econoom zou hiermee misschien genoegen nemen. Immers, de cijfers liegen toch niet? Was het maar zo eenvoudig. Het succes van sommige banken kan namelijk niet alleen door de winstpercentages worden uitgedrukt. Dat geldt in hoge mate voor het coöperatieve bankwezen. In de negentiende eeuw werd het concept hiervan uitgedacht door de Duitser Raiffeisen. Hij had een bank voor ogen die de noodlijdende agrariërs zou kunnen ondersteunen. Dit oogmerk van dienstbaarheid bleek een gouden greep. Boeren werden verlost van de wurggreep van hebzuchtige geldschieters en konden gaan investeren in de verbetering van hun bedrijf. In een tijdperk dat overheidssteun nog weinig ontwikkeld was, boden coöperatieve banken aan boeren de mogelijkheid hun levensstandaard op te vijzelen. Geen geringe prestatie. Hierin schuilt dan ook de ware verdienste, en niet in de behaalde winst.

Dat het coöperatieve bankwezen de afgelopen honderd jaar steeds verder van dit ideaal verwijderd raakte is een ieder bekend. Geen wonder: de welvaart nam toe en de banken pasten zich daarbij aan. Wat de werkzaamheden betrof werden de coöperatieve banken steeds moeilijker te onderscheiden van 'gewone' banken. In de organisatie bleef de oorsprong echter herkenbaar. Het zijn - om maar wat te noemen - de leden en de gekozen besturen die aan de bank een coöperatief karakter verschaffen. Dat is nog steeds zo. Maar de identiteit van de coöperatieve bank is aan veranderingen onderhevig. Het is niet anders. Voor dit boekje maakt het overigens weinig uit, want we blikken enkel terug.

Voor u ligt echter geen uitputtende geschiedschrijving van het coöperatieve bankwezen, maar het verhaal van een bescheiden exponent daarvan. Het is het verhaal van twee Betuwse Raiffeisenbankjes die uitgroeiden tot één moderne, geavanceerde bank: Rijnlingewaal.

We volgen het ontstaan en de ontwikkeling vanuit die context. Meestal is dat de Betuwse geschiedenis, soms de wereldgeschiedenis. Want naast de lokale omstandigheden drukten ook oorlog en crisis een zware stempel op de ontwikkeling van de beide banken. Tegelijkertijd valt op dat beide banken lange tijd een eigen leven leidden. Dat hing samen met de beslotenheid van de dorpen. Voor de Opheusdenaren was Dodewaard buitenland, en dat gold ook omgekeerd. Het heeft dan ook heel lang geduurd eer de banken met elkaar gingen samenwerken.

Aan de hand van authentiek bronnenmateriaal en interviews is getracht een levendig beeld te schetsen van de bankhistorie. De bankarchieven in Dodewaard en Opheusden bleken een schat aan gegevens te herbergen. Notulenboeken, correspondenties en fotomateriaal leverden voldoende stof om het verhaal aan te kleden. Achtergrondinformatie kon worden geput uit gesprekken met diverse personen. Een zeer waardevolle bron. Aan al diegenen die hun medewerking hebben verleend aan de totstandkoming van het verhaal - hetzij door een interview af te staan, hetzij door het ter beschikking stellen van materiaal - is dank verschuldigd. Daarnaast ben ik de leden van de begeleidingscommissie erkentelijk voor hun rol bij het totstandkomen van dit boek: A.Datema, A. A. den Hartog en H. N. van Lier. Tot slot wil ik mevrouw A. Huisman-van Bergen danken voor het kritisch doorlezen van de tekst. Typerend is dat ook dit boek niet ontstaan zou zijn zonder enige vorm van coöperatie. Daarmee is weer eens aangetoond dat deze filosofie nog lang niet is verjaard.

Victor Laurentius, 2001

Winkelwagen

Geen artikelen in winkelwagen.
© 2015 - 2020 Doornweerdje | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel