De pater en de filosoof - De redding van het Husserl-archief
OverzichtHusserl is in 1938 al een oude man en woont met zijn vrouw Malvine in Freiburg. Vanwege zijn Joodse achtergrond wordt hij steeds verder gemarginaliseerd en hij maakt zich zorgen om zijn nalatenschap. De filosoof heeft een enorme bibliotheek met boeken vol aantekeningen, veertigduizend pagina’s aan handschriften en nog eens tienduizend bladzijden aan uitgewerkte transcripties. In zijn gepubliceerde werk heeft hij vooral zijn methode uit de doeken gedaan. De manuscripten zijn daarentegen een concrete toepassing van zijn fenomenologische methode en daarmee van grote waarde voor de bestudering van zijn werk.
Pater van Breda weet van het bestaan van deze aantekeningen, want de filosoof verwijst er vaak naar in zijn gepubliceerde werk. Omdat hij wil promoveren op het latere werk van Husserl, besluit hij af te reizen naar Freiburg om de mogelijkheid te onderzoeken deze te raadplegen en misschien zelfs uit te geven. Maar als Van Breda eind augustus 1938 eindelijk in Freiburg is, is Husserl al enkele maanden overleden. Niettemin komt het bezoek van de 27-jarige Pater voor de weduwe van Husserl als een geschenk uit de hemel. Van Breda stelt namelijk voor in Leuven een Husserl-archief op te richten. Hiermee zou de nalatenschap van de filosoof gered worden van de vernietigingsdrang van de nazi’s.