Roep uit de kauwenhoek
OverzichtJulian, een jongen met een passie voor vogels en sterren, verhuist met zijn ouders van hun vertrouwde huis aan de duinen naar het nieuwe dorp Bontebok. Hij voelt zich eenzaam en verliest zich in zijn verrekijker, vogelboeken en nachtelijke sterrenkijken. Tijdens de verhuizing merkt hij iets vreemds: in het sterrenbeeld van de Grote Beer verschijnt plotseling een rode ster — iets dat onmogelijk lijkt.
In Bontebok raakt Julian betrokken bij een mysterie rond de Kauwenhoek, een natuurgebied dat bedreigd wordt door de aanleg van een weg. Samen met zijn vrienden – onder wie Dominique, Bart, Robin en Tjitske – probeert hij de Kauwenhoek te redden. Al snel komen ze in aanraking met oude legendes: levensstenen, zwarte magiërs, en machtige verborgen krachten. De beweging tegen de weg blijkt niet alleen een ecologisch protest te zijn, maar ook verbonden met magische elementen: er is een tovenaar (Van der Zanten) die mogelijk méér weet van de magische levensstenen, en er bestaat een raadselachtig “raadsel van de tweede kring” dat de kinderen proberen te ontcijferen.
De kinderen ontdekken dat sommige mensen macht willen verwerven via deze stenen, terwijl anderen de Kauwenhoek juist willen beschermen. Tijdens hun avontuur worstelen ze met wantrouwen, vriendschap, en gevaar: brandstapels, heksenverhalen en duistere machten duiken op. Uiteindelijk ontdekken ze dat de Kauwenhoek niet alleen van ecologisch belang is, maar ook een magische rol speelt in een eeuwenoud evenwicht.
Het boek combineert spanning, vriendschap, natuur en magie, en daagt de jonge lezers uit om na te denken over wat waardevol is — zowel voor de wereld als voor henzelf.