Een stoottroep in de letteren
OverzichtEen stoottroep in de letteren behandelt een SS-groepering die in de jaren 1942-1944 langzaam maar zeker de literaire heerschappij overnam. De auteurs, onder wie Jan van der Made, Nico de Haas, George Kettmann, Henri Bruning, Jan van Rheenen en Steven Barends, groepeerden zich met name rond de tijdschriften Groot Nederland, De waag en Storm. Zij beschouwden zichzelf als een voorhoede binnen de nationaal-socialistische letteren en hoopten invloed uit te oefenen op auteurs die zij als "Germaans" kwalificeerden, zoals A. Roland Holst en Bertus Aafjes. "Voor het eerst sinds een halve eeuw - sinds Huet en Douwes Dekker en de jonge tachtigers - staat weer een groep Nederlanders als Europeanen op het wezenlijke toneel van dit continent", werd beweerd. Vol verachting noemde men dit "slechts een klein begin" in vergelijking met de "grootse plannen voor de toekomst". De geallieerde overwinning haalde echter radicaal een streep door de rekening. De voortrekkers verdwenen voor kortere of langere tijd achter de tralies of waren gedwongen onder een andere naam een roemloos heenkomen in het buitenland te zoeken. Sommigen zetten over de landgrens hun activiteiten onverdroten voort.